Home » Woorden.. » Sooof's leven.. » Lief Dagboek,

Lief Dagboek,

Vandaag voel ik me niet zo lekker. Ik heb redelijk goed geslapen, maar mijn gedachten zijn uit de hand gelopen. Zal ik de schuld hebben van de dood van mijn moeder? Ben ik echt de reden geweest dat ze zo veel begon te drinken? Soms vraag ik me echt af of ik niet gek ben. Van kinds af aan ben ik het probleem in ons gezin geweest. Ik denk niet echt aan zelfmoord, heb er geen plannen voor gemaakt.

Maar ik denk te vaak aan de dood, wat er gebeurt als er een dodelijk ongeval gebeurt. Waar ga ik heen, zal ik mijn moeder weer ontmoeten? Kom ik terug in een ander lichaam? Deze gedachten maken me bang. Wat me ook enorm bang maakt, is mijn toekomst. Ik heb enorme schulden. Heb een enorme rugzak met problemen. Ik heb niet genoeg opleiding genoten om een ​​fatsoenlijke baan te krijgen. Ik rende eigenlijk altijd voor mijn problemen. Ik nog steeds. Ik durf mijn toekomst niet op te bouwen omdat ik niet weet of ik die verdien.
Ik hou mezelf soms echt voor de gek. Ik vertel iedereen om me heen dat het goed met me gaat. Maar het gaat echt niet goed met me. Ik leef in twee werelden. Ik heb twee identiteiten, twee totaal verschillende persoonlijkheden. Als ik de kans had om mijn hele leven opnieuw te beginnen vanaf het moment dat ik werd geboren. Dan zal ik deze kans meteen aangrijpen.

Ondanks dat mensen mij vaak vertellen dat je nu direct een nieuwe start kunt maken. Maar wat ze niet begrijpen, is dat het niet kan. Ik heb zoveel meegemaakt. En ik heb in het verleden zoveel mensen vertrouwd en verteld. Ik heb deze mensen nooit meer gezien of gesproken, omdat ze het niet aankonden, ze begrepen me niet. Sindsdien heb ik niemand iets verteld. Deze persoon met alle ellende ben ik alleen als ik alleen ben en niet meer onder de mensen. De persoon die ik in het dagelijks leven ben, vertelt 5 procent van haar leven, heeft altijd een glimlach op haar gezicht en doet alsof ze is wie ze werkelijk is.

Ik voel me verdrietig, niet alleen omdat mijn moeder 14 dagen geleden is overleden. Maar ook omdat ik niet meer weet wie ik ben. Ik wil gelukkig zijn, ik wil ook iemand in mijn leven vinden, iemand die me opvrolijkt. Maar ook iemand die mij waardeert voor hoe ik werkelijk ben en kan zijn. Maar helaas heeft dit bij mij zeven jaar niet gewerkt. Gisteravond heb ik online een test gedaan om te zien of ik misschien depressief ben. Het hoogste wat je kon scoren om het echte werk te hebben was 49. Mijn score was 62. Het advies was daarom om mijn huisarts te informeren en met een psychiater te praten. Omdat de kans erg groot is dat ik zwaar depressief ben.

Toen ik jonger was, woonde ik in verschillende instellingen omdat mijn ouders dachten dat ik verstandelijk gehandicapt zou zijn. Zelfs toen ik eenentwintig werd, vroeg mijn moeder een nieuwe test aan bij Reinier van Arkel, omdat ze dacht dat ik PDD-NOS zou krijgen. Dit is een aandoening. Ik vertelde haar elke keer dat er niets mis met me was en zou zijn. Na een lange behandelperiode bij Herlaarhof (2000-2007) werd ik natuurlijk gek. Ik vond het daar helemaal niet leuk. Van daaruit ben ik bij mijn moeder en zus gaan wonen. Mijn ouders waren al in een scheiding. Mijn moeder dronk in die tijd al ontzettend veel alcohol en was altijd voor iedereen behalve ik. Omdat ik het zwarte schaap was.
Op een gegeven moment voelde ik me gewoon buitengesloten. Ik behoorde niet tot deze familie. Iedereen was blij, behalve ik. Ik kreeg altijd ruzie met mijn moeder of kreeg weer ruzie met mijn zus. Die toen huilend bij mijn moeder arriveerde. En dan had ik het natuurlijk altijd verkeerd gedaan. Op deze momenten had ik er genoeg van.

Mijn moeder sloot me vaak genoeg op in mijn kamer voor straf. Ik werd ook vaak genoeg in het gezicht geslagen. Op deze momenten dat ik opgesloten zat in mijn kamer, wat ik natuurlijk helemaal niet leuk vond. Omdat ik daar gewoon zonder eten of drinken in een afgesloten ruimte zat. Maar gelukkig hadden we een balkon naast onze kamer. En na een uur, soms wel twee uur, had ik het gehad.

Mijn moeder was nog nooit zo slim omdat de balkondeur nooit op slot zat. En toen dat gebeurde, had ik een sleutel van de deur in mijn kamer verstopt. Ik pakte een tas met kleren en wat spullen zonder al te veel lawaai, want ik kon geen minuut meer in mijn kamer zitten. Ik gooide de zak met dingen van het balkon en in het gras (of de planten). En onze slaapkamer had een regenpijp bevestigd, dus hier klom ik heel stiekem naar beneden, om ervoor te zorgen dat mijn moeder niet in de slaapkamer van mijn ouders onder ons was. Een soort zelfgemaakte vluchtroute.

Toen pakte ik mijn spullen in en kroop naar voren langs de zijkant van het huis. Waar ik altijd goed naar keek, dat niemand door het keukenraam naar buiten keek. En toen liep ik weg. Ik had veel vrienden die mijn ouders op dat moment helemaal niet kenden. En toen ging ik daarheen. Ik heb daar altijd weinig uitgelegd, maar inmiddels wisten ze al heel goed hoe het bij ons thuis ging. De keerzijde hiervan was echter dat zodra mijn moeder erachter kwam dat ik niet meer in de afgesloten ruimte was (omdat iemand me had gerammeld of me had zien rennen), ze altijd meteen de politie belde. Dat ik vermist was en na een paar uur ging de politie echt op zoek naar mij.

Toen, niet veel later, zat ik achter in een politieauto, die me toen naar huis bracht. Toen ik te vaak van huis wegliep en door de politie werd teruggebracht, was dat op een gegeven moment genoeg voor mijn ouders. En mijn moeder belde de dokter opnieuw, omdat ik in deze periode veel zelfmoordneigingen had geuit. Ik heb zelfs met vrienden gepraat over het niet meer zien van het leven. Deze vrienden zouden het hun ouders vertellen en zo kwam het bij mijn ouders terecht.

Mijn ouders waren natuurlijk al uit elkaar gegaan. En ik wilde eigenlijk niet meer bij mijn moeder wonen, ik kon het gewoon niet aan. Dus ging ik naar mijn vader om te vragen of ik daar kon wonen. Maar papa had geen plaats voor mij, alleen de twee oudste (mijn broer en zus). Hierdoor merkte ik al snel dat er niet van mij werd gehouden. Niemand hield van me, niemand gaf om me. Dit heeft ertoe geleid dat ik op een avond net genoeg had. Op een avond stuurde ik een bericht naar een beste vriend van me dat ik het niet meer leuk vond. Ik wilde niet meer leven, want waarvoor leefde ik ... Ik bestond voor niemand. Ik ben een emotioneel wrak, niemand geeft om mij. Ik besta niet meer.

Die avond heb ik mijn fiets opgehaald bij de garage, nadat ik mijn moeder weer als een dronken kat aan tafel zag zitten. Mijn jongere zus lag al in bed, waarschijnlijk sliep ze al. Mijn moeder merkt niet eens dat ik eruit glip. Ik haal mijn fiets zonder al te veel lawaai de garage uit en til de garagedeur ver genoeg op zodat ik mijn fiets en mijzelf er niet onder kan schuiven en druk dan ook de garagedeur op de knop zonder zelf vast te lopen. zitten.

Ik kijk dan of ik echt niemand zie die me ziet vertrekken. Gelukkig zie ik niemand en begin ik langzaam weg te fietsen. In mijn hoofd zit nu alleen die gedachte: ik wil niet meer leven. Ik ben het niet waard om te leven. Er is geen liefde, alleen haat. Ik word niet gewaardeerd, alleen afgestoten. Ik fiets richting de brug "Martinus nijhoffbrug" in Bommel. Dit verbindt Zaltbommel met Waardenburg (a2). Het is even fietsen, maar ik sta nu bovenaan. Ik zie en hoor de auto's racen op de A2. Ik verstop mijn fiets in de bosjes zodat niemand die langskomt zich afvraagt ​​wat er aan de hand is.

Voorzichtig loop ik door het struikgewas naar de rand van de brug, waar je een prachtig uitzicht hebt over de rivier "De Waal". Ik krijg ondertussen een bericht van mijn beste vriendin dat ze haar ouders heeft gebeld, omdat ze bang is dat ik zelfmoord wil plegen, ik las het bericht en zette toen mijn telefoon uit. Ik klim langzaam over het hek aan de rand van de brug, alles racet door mijn hoofd, ik kan niet meer helder denken. Het enige wat ik wil, is dat ik niet meer zo hoef te leven, in angst, in haat en in verdriet.

Er moet nu wat tijd voorbij zijn gegaan, want op het moment dat ik wil springen hoor ik een stem achter me. Een vrouwenstem. Ze stelt haar en haar partner voor, ze zijn van de politie. Ze probeert me ervan te overtuigen dat dit niet de weg is, dat ik nog een heel leven voor me heb en dat er andere oplossingen zijn. Uiteindelijk brengt ze me zo ver dat ik niet meer durf te springen, beide agenten helpen me van de reling af en zetten mijn fiets achterin de bus en brengen me naar een tijdelijke noodopvang (omdat ik onder begeleiding ben van de jeugdzorg) breng me niet naar huis).

Toen ik bij de noodopvang aankwam, zie ik mijn gezinsvoogd, die een paar jaar geleden is aangesteld door de jeugdrechtbank nadat we verschillende hoorzittingen hadden gehad, omdat buren ooit kinderbescherming hebben ingeschakeld. Mijn gezinsvoogd legt me uit dat het voor mij beter is als ik een tijdje opgenomen word. Vanaf morgen word ik overgeplaatst naar "De Schutse". Dit is via entrea, een soort jeugdzorg en is gevestigd in mijn woonplaats. Dit komt omdat mijn school daar is gevestigd en mijn leven daar plaatsvindt en ze het eigenlijk allemaal zo normaal mogelijk willen houden voor mij. Deze spoedopname is nodig zodat ze mij kunnen helpen om alles weer op de rails te krijgen. En ik zie mijn leven weer. Dit keer hoef ik niks te zeggen, ik ben nog geen 18 jaar dus beslist mijn moeder.

Vader staat niet op de foto en moeder is het daarmee eens. Ik slaap een keer in het spoedziekenhuis in Nijmegen en morgen word ik overgebracht naar "De Schutse". Mijn moeder zal begin volgende week een koffer en dozen met al mijn spullen meebrengen. Het is niet bekend hoe lang ik hier moet blijven. Maar onthoud één ding, het is voor uw eigen toekomst, zeiden ze.
Als ik terugdenk in de tijd toen dit allemaal gebeurde, denk ik er vaak aan waarom ik niet meteen sprong. Waarom heeft het zo lang geduurd voordat ik besefte dat ik nog moest springen. Ik vraag me ook vaak af waarom God dit voor mij in kaart heeft gebracht. Alles is van bovenaf geregeld, zegt mijn tante altijd. Ze hadden me een beter en leuker leven kunnen geven. Omdat de manier waarop ik ernaar kijk, God me haat. Omdat mijn leven niet geweldig is geweest.

Instellingen, interne scholen, diverse onderzoeken en tests. Let op toen ik eenentwintig werd. En weigeren. Omdat mijn moeder altijd haar zin kreeg. Als je tot nu toe meer dan 60 procent van je leven in instellingen hebt gewoond en slechte dingen hebt meegemaakt, stopt het een keer en dat wil je natuurlijk nooit meer. Natuurlijk, na weken van praten en onderzoek, kwam er helemaal niets uit. Ze zeiden net dat ze me zes weken konden opnemen om te onderzoeken of ik misschien een persoonlijkheidsstoornis heb. Ik heb hen en mijn moeder duidelijk gemaakt dat ze dat kunnen vergeten.

Ik heb zelfs tegen mijn moeder en haar man gezegd dat ze voor zichzelf kunnen zorgen. Ik zal nooit meer beginnen. Ondertussen was ik daar in tranen, ik vertelde hen ook dat ik de afgelopen jaren zoveel trauma's heb meegemaakt en nooit meer aan opnames of settings begin. Ik zei letterlijk: ik ga liever dood dan opgenomen te worden. Sterke uitspraken voor iemand van eenentwintig. Maar mensen moeten het zelf doornemen om te begrijpen wat ik als kind heb meegemaakt.

Geplaatst op: 14-10-2017


 »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.